Waarop de politie mij uit de kerk escorteerde

In de basisschool in mijn thuisdorp Mol-Donk werd ik ooit eens in straf gezet. Ja, ooit. Dat was memorabel. Ik was een doodbraaf kind. Zo mocht ik ooit op het einde van een schooldag de klas verlaten vóór al mijn klasgenootjes, omdat ik als enige stilletjes aan mijn schoolbank zat. Bijster populair was ik dan weer niet…

Maar die ene keer moest ik dus toch op de strafbank. Ik had tijdens de speeltijd een stokje gegooid naar de grote kastanjeboom om de kastanjes te laten vallen. Een tiental minuten had ik gekeken hoe de andere jongens en meisjes enthousiast de boom bekogelden met alles wat niet vast stond. Ik schraapte al mijn moed bijeen, raapte een twijgje op (rebel, ik) en gooide het naar de boom. Kortom: geradicaliseerd tot en met, maar helaas op het verkeerde moment. De toezichter pikte mij er meteen uit, samen met twee andere delinquenten. In plaats van mijn straftijd in waardigheid uit te zitten, huilde ik de boel bijeen, alsof mij het grootste onrecht was aangedaan. Ik hoor één van mijn celgenoten nog zeggen:”Amai, die heeft het wel erg te pakken.”

Nogmaals, ik was een braaf kind en straf paste hoegenaamd niet in mijn zelfbeeld, zeker als de terechtstelling mij onrechtvaardig leek. Ik vond het (en nu eigenlijk nog steeds) heel onaangenaam, wanneer iemand in een gezagsfunctie kwaad of zelfs nog maar ontevreden is. Zelfs wanneer iemand anders naar zijn voeten kreeg, draaide mijn maag om. Daarenboven was ik ook een beetje een huilebalk, die het drama zelden schuwde, dus neen, echt, ik was niet het hipste kind op de speelplaats.

Houd dat getraumatiseerde kind aan de kastanjeboom in gedachten, terwijl we twintig jaar vooruit springen en de Donkse basisschool omruilen voor een kerk in Heverlee.

Lees verder

Advertenties