Vlaamse fictieschrijvers haten Maartens

echt

Geachte Vlaamse fictieschrijvers,

Neen, dat meen ik. Geachte. Ik acht jullie. Hoog zelfs. Met man en macht produceren jullie jaarlijks eigen kweek van de bovenste plank. Vlaamse mediamakers zijn geen amateurs, het zijn ware parelvissers met een keizerlijke smaak. En vergis u niet: ik heb het niet over één kleine clan die als een eiland met kop en schouders uittorent boven een hoop marginale callboys, matroesjka’s, willy’s en marjetten. Het zit in ons vlees en bloed; het zit in de familie; we hebben het talent in onze eigen thuis, van Bevergem over de Vlaamse velden voorbij de Linkeroever tot diep in zone Stad. Bovendien doet dat succes ook wereldwijd de ronde. Ver voorbij onze landsgrenzen en stille waters is geweten dat jullie geen crimiclowns zijn, maar wel ridders van sterke crimi’s, hilarische (tragi)komedies en aangrijpende dramareeksen. Cordon, ik bedoel, kortom: jullie staan hoog in mijn achting.

Daarom valt het mij zwaar om de vraag om te draaien: waarom achten jullie mij zo laag?

Jullie weten niet waar ik het over heb? Deze week was het nochtans weer prijs, dit keer in een onschuldig ogende sketch uit de topreeks ‘Wat Als’. Een man wordt door een interviewer vriendelijk een vraag gesteld, waarop zijn vriendin abrupt het interview ondebreekt. Scrollen jullie even mee door onderstaande screenshots:

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Flashback naar de brainstorm die voorafging aan de ontwikkeling van deze sketch:

-“Een rosse foemp met een rare sjaal en drie tepels”, ja, ja , heel goed! En hoe gaan we die foemp noemen? Mark?

– Neen, Mark is te gewoon, iets te volwassen en zelfzeker ook. ‘Noah’ misschien?

– Neen, te speciaal, te jong ook. Wat denken we van…

Neen, dit is geen alleenstaand geval. Maartens komen niet gek vaak voor in Vlaamse fictie, maar als ze een rol van betekenis spelen, zijn het de ‘Dorks of our lives’. Laat ons even de lijst overlopen. Maarten Reimers in ‘Thuis’? Een miskend moederskindje dat niet op eigen kracht aan een lief geraakt. Maarten Van den Bossche in ‘Familie’? Werkt geen enkele studie af en rijgt de ene professionele mislukking aan de andere. Maarten Dieleman in ‘David’? Gefaald zakenman, werkt als nanny. En de lijst blijft voortgaan. Zit wanhopig achter zijn ex-vriendin (LouisLouise), is recent ontslagen en wordt bedrogen door zijn vriendin (Los zand), is een arrogante, zelfingenomen onderwijsinspecteur (Het Huis Anubis),… Oké, in die laatste herken ik mezelf wel een beetje, maar mijn punt is duidelijk: Maartens zijn altijd dikke, vette losers.

Enfin, dik zijn ze eigenlijk nooit. Een Maarten is doorgaans een tengere, lange slungel. Kijk naar de acteurs die de twijfelachtige eer hebben om een Maarten te vertolken:

Maartens.png

 

 

Zeg nu zelf: die jongens gaan nog veel Petit-Gervaiskes mogen eten om de volgende Rundskop te worden, hè. Nochtans, die acteurs zijn zélf geen ‘foempen‘, hè. Dit zijn acteurs die ook stoere alfamannetjes mogen en kunnen spelen. Zo was Kurt Rogiers voordien de hippe ket van downtown Wittekerke en mocht Steve Aernouts (midden onder) in de reeks ‘Amateurs’ in de huid kruipen van een overspelige, hitsige turnleraar. Alleen heetten de twee heerschappen toen niet Maarten, maar wel ‘Sneyers’ en Jeroen. Van zodra deze acteurs de slungelige misfit moeten uithangen, dan weet elke Maarten te lande al hoe laat het is.

Waarom, beste fictieschrijvers, waarom? Is er iets aan mijn naam, dat inherent faling met zich meedraagt? Waarom kan Maarten geen succesvol zakenman zijn, een stoere agent of – nog beter- een vilein meesterbrein? En durf niet ‘Zone Stad’ met Maarten De Ryck oftewel de keldermoordenaar aan te halen als goed voorbeeld. Ik wil een vilein meesterbrein, geen seksueel gestoorde, perverse psychopaat die ontsnapt lijkt te zijn uit de mainstream snuff-film ‘The Cell’. Ik bedoel: WAT WAS DAT?  (<– niet voor gevoelige kijkers).

Waar blijven de viriele, succesvolle, maar tegelijk psychisch gezonde Maartens? Ze bestaan nochtans, hoor! Kijk maar naar de non-fictieve poot van medialand. Wij zijn:

  • sportjournalisten

4eqazaga

  • nog eens sportjournalisten

sporzamaartenvangramberen2012

  • en… euh… goh… ja, soit, er zijn vast nog een hele hoop voorbeelden, maar ik ben wat geëmotioneerd door deze  blogpost te schrijven, dus ja… dan blokkeer ik, ja…

Ik weet het, beste fictieschrijvers, er zijn tegenwoordig al zoveel quota, evenwichten en maatschappelijke gevoeligheden, waarmee jullie rekening dienen te houden. Toch roep ik jullie graag op om voor mij en mijn naamgenoten een lans te breken bij het schrijven van het volgende seizoen of de volgende serie.

Doorbreek het taboe! Noem voor een keer de briljante professor niet Jasper, maar noem hem Maarten. Noem voor een keer de afgetrainde escort niet Devon; noem hem Maarten. En noem voor een keer de getormenteerde inspecteur niet Werenfried, maar noem hem… eigenlijk, neen, Witse hoef ik niet te hebben, laat die maar zo. Maar ga alstublieft wat respectvoller om met de naam die verwijst naar de beruchte Latijnse oorlogsgod Mars. Maarten betekent niets minder dan ‘strijder’. Wel dan, kom terug, o koene strijder!

“Come home, my bonnie warrior, for now the nets are full of fish.”

 

Advertenties

One thought on “Vlaamse fictieschrijvers haten Maartens

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s