Een eng idee (poging tot inleving)

In een recent opiniestuk (De Morgen, 14.03.2015) toont Marc Didden zich een groot retoricus. Als reactie op een blogpost die het fenomeen ‘cat-calling’ aanklaagt (Yasmine Schillebeeckx, 07.03.2015), haalt Marc een dozijn stijlfiguren uit de kast om de essentie van Yasmines verhaal te ondersneeuwen. Hij doet dit – en ik beperk mij tot de duidelijkste illustraties -:

Door de boodschap te minimaliseren:

 “Ik las ook hier en daar (…) dat ze wel eens nagefloten worden door bronstige bouwvakkers die ook nog iets als “Ciao bella!” roepen. Hoe erg is dat, zeg?”

“Mag iemand (…) zijn appreciatie voor een persoon van het andere geslacht dan niet te kennen geven via een vriendelijke blik, een appreciërende kleine knik of een klein, bewonderend fluitsignaal?”

“In het algemeen vind ik toch dat (…) de vrouw an sich niet met minder egards benaderd wordt dan andere menstypes.”

Door de boodschap te ridiculiseren:

“Zullen we bij het begin van deze ontluikende lente meteen maar een wet aannemen die onze hele hormonenhuishouding stillegt?”

“Honden rieken ter kennismaking aan elkaars hol. Zolang we die onfrisse gewoonte niet klakkeloos overnemen, lijkt er mij weinig aan de hand in de vrolijke strijd tussen de geslachten.”

Door de boodschap breed open te trekken naar irrelevante zaken:

“Zij leerden ons wat de dagelijkse toepassing van feminisme was. Samen aan iets moois werken zonder de hele dag te zeuren over toevallige tegenstellingen, als daar zijn wit/zwart, dik/dun, oud/jong, homo/hetero of man/vrouw.”

“En laten we wel wezen: dat hormonaal gestuntel is vooral ook geen uitsluitend mannelijke hebbelijkheid.”

“Diva’s die zich erover opwinden dat er niet genoeg lelijke, oude vrouwen op tv komen – in tegenstelling tot het aantal lelijke, oude mannen – moeten eens goed in de spiegel kijken en zich afvragen wie zij zijn om te mogen oordelen over wie op tv mag komen en wie niet.”

Ook laat Marc het niet na om op de man te spelen door de boodschapper te isoleren en karikaturiseren:

“We lachten gelukkig ook veel en vooral met onszelf. En ook met vrouwen, ja. Wat meer is: die vrouwen lachten mee. Niet in het minst in de persoon van Ingrid De Bie (…)”

“een hoop gejammer van vrouwen die iets te gewillig aan de klaagmuur gaan staan (…) brieven van Juffrouwen Truttenbol (…)”

Wegwuiven

Een tweede blogpost en een hashtag later overstijgt de discussie het woord en weerwoord van Yasmine en Marc. Wat mij in dit debat nog het meeste benauwt, is de onkunde of onwil om het eigen perspectief te verlaten. Zelfs àls de getuigenissen van #wijoverdrijvenniet weinig representatief zijn voor de vrouwelijke helft van de bevolking (representativiteit is geen voorwaarde tot maatschappelijke relevantie), blijft het frappant hoe het sentiment achter die concrete getuigenissen systematisch met een gratuite kwinkslag wordt weggewuifd.

Zelfs de term ‘cat-calling’ is op zich al een verbloeming. De metafoor van het onschuldige, haast romantische verleidingsspel tussen kat en kater ademt frivoliteit. Wanneer Elke Van Huffel het fenomeen benoemt als ‘straatintimidatie’, klinkt dat spelletje al heel wat minder onschuldig (De Redactie, 20.03.2015).

Verbeelding

Ondanks de heldere tekst die Elke neerpende, blijven de minimaliserende, ridiculiserende en volledig van de pot gerukte reacties binnenstromen. “Waarom is het zo moeilijk om toe te geven dat er een probleem is?” vraagt Elke zich luidop af.

Diegenen die doelbewust weigeren om het eigen perspectief te verlaten, ga je niet bekeren met een blog of een hashtag. Ik maak mij meer zorgen om diegenen die dat niet kunnen. Een vaak terugkerend argument, niet uitsluitend maar vooral door mannen aangehaald, is: “Ik zou mij aan dat voorval niet storen.” Of anders gezegd: “Ik voel die situatie niet aan als intimiderend, dus begrijp ik niet waarom jij dat wél doet.” Men probeert zich dan in te beelden hoe het is om, in een geïsoleerd voorval, een (non-)verbale seksueel beladen opmerking of handeling te trotseren van het andere geslacht.

Dat is een redeneerfout. Het referentiepunt moet niet de concrete situatie, maar het gevoel zijn dat die situatie oproept. Zinvoller zou zijn om een herinnering op te roepen, eender welke, waarbij jij je ooit bijzonder gekleineerd, machteloos of bedreigd voelde. Houd dat gevoel vast en stel je voor dat dat gevoel telkens weer kan terugkomen, elke keer wanneer je het huis verlaat. Als je dan nog in rekening neemt dat je wordt uitgemaakt voor zeurkous wanneer je dat broze stukje van jezelf met iemand deelt, dan kom je al heel wat dichter in de buurt van Yasmines boodschap dan Marc Didden.

Eng

Ik weiger te geloven dat elke negatieve reactie stamt uit een kwaadwillige, mysogyne ingesteldheid. Meer dan de onwil boezemt de onkunde tot inleving mij angst in. Hoe denken we ooit samen te kunnen leven, als we ons niet meer kunnen inleven in het perspectief van de ander? Of die ander nu verschilt in geslacht, huidskleur, geloof, inkomen, politieke overtuiging, tewerkstelling,… Hoe denken we ooit nog met elkaar te kunnen praten, als we de woorden van de ander enkel kunnen invullen met onze eigen betekenis?

Dat vind ik een heel eng idee. In elke zin van het woord.

Advertenties

One thought on “Een eng idee (poging tot inleving)

  1. Maarten, jij hebt het helemaal gesnapt. Alles wat jij schrijft, is helemaal wat wij bedoelen. Het is geen gevoel van bang zijn van mannen. Het is het gevoel dat je geterroriseerd bent, vernederd, aangerand in je persoonlijkheid, en het gevoel dat zoiets steeds op de loer ligt net omdat het zo vaak voorkomt. Het is bemoedigend om te zien dat je het zo helder en duidelijk en empathisch uitlegt. Bedankt!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s