Suburbia-karikatuur van een stadsbuurt

anderlechtNoord. De trein vertrekt. Verdwijnt in de aarde. Congres. Centraal. Kapel. De trein komt weer boven. Maar eigenlijk zinkt hij nog vele malen dieper. Zuid.

Het station is verlaten. We wandelen in tientallen door de gangen, maar we zijn er niet echt. We zijn daar waar we willen zijn. De bestemming is een ontkenning van het hier en nu. Daar en dan zijn warm en in kleur. Hier en nu zijn kil en grijs.

Al impliceert temperatuur zelfs te veel betekenis. Seizoenen splitsen om ons heen. Het grijs wisselt af tussen verschillende tinten niets. De leegte snijdt niet, het is niet zwaar om dragen. Het is er gewoon. Het is het enige wat er is.

‘Leven’ is het verkeerde woord. Te dynamisch. Te hoopvol. Het straatbeeld leidt een eigen ‘bestaan’. Statisch in verval. Het asfalt scheurt zich dag na dag los van de structuur die ooit het hier diende te injecteren met al het goede van buitenaf.  Weggebruikers begrijpen snel dat deze wegen alleen maar doodlopen. Allen zijn ze dwangmatig en onbezonnen in hun vlucht weg van de oneindige eindigheid.

De voetpaden zijn bezaaid met afval. Het onderscheid tussen beide vervaagt. Het afval verteert het voetpad verteert het afval. De bomen die ooit ademruimte moesten voorzien, zijn verschrompeld tot holle fossielen, een cynische herinnering aan een naïeve wanhoopspoging uit een zinvoller verleden.

Men is het vergeten. Bewust. Het geloei van sirenes bestaat slechts in een verre herinnering aan een laatste poging om de schijn van controle hoog te houden. Blauw hoort hier niet thuis. Niet dat een misdaadsyndicaat greep heeft op de straten. Clans, families, fracties hebben gepoogd om een zwart nevencircuit te ontwikkelen. Tevergeefs. Hier is geen plaats voor organisatie, legitiem of malafide. Hier heerst enkel blind instinct. Gefragmenteerd, willekeurig, bot. Gefocust in zinloosheid.

De gebouwen zijn echt. De rest is vals. Het is een gebroken afspiegeling van wat een verloren stadsbuurt hoort te zijn. De mensen voelen niet, ze doen niet. Ze zijn. Alleen zijn. Niet in afwachting van een beter later. Niet terugblikkend op een zoeter toen. Zelfs niet berustend in het gure nu. Ze zijn. Totdat ze op een dag niet meer zijn. En dan gaan ze op in de leegte. Worden ze deel van het grote niets.

Kapel.Centraal. Congres. Noord. Ik haal adem. Ik proef weer kleuren rondom mij. Met mondjesmaat. Morgen gaan we terug zuidwaarts.

Advertenties

2 thoughts on “Suburbia-karikatuur van een stadsbuurt

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s