Terugblik op sportzomer 2012: Oorlog, het alfabet en dikke pech!

EK Voetbal: Oorlog

Voetbal is oorlog. Niet omdat er zoveel schenengestamp bij hoort (op het afgelopen EK werd er betrekkelijk ‘fair geplayd’), wel omdat het om één land tegen een ander land gaat. Spanje tegen Portugal, Frankrijk tegen Engeland, België tegen Nederland; zo’n affiches doen mij terugdenken aan pré-industriële oorlogstijden. Voetbal is het excuus bij uitstek om nationale betrokkenheid te veinzen en als Grieks koor vanuit mijn luie zetel de vijandigheden op het slagveld toe te juichen dan wel te beklagen. Voetbal is meer dan welke andere sport ook een aanvaard platform voor mijn rauwe, dierlijke impulsen. Voetbal kanaliseert de menselijke verslaving tot conflict. Voetbal is mijn surrogaat voor datgene dat we hebben moeten opgeven ten voordele van het morele, internationale ‘samen’leven. Voetbal is mijn nicotinepleister tegen oorlog.

Tour de France: De ‘W’ van Wiggins

De tour interesseert mij minder. Mijn collega’s schrijven jaarlijks een pronostiek uit, waarbij ik telkens tien bekende namen alfabetisch rangschik en doorstuur. Met Wiggins als winnaar heeft het alfabet mij dit jaar dik in de steek gelaten. Toch was ik niet laatst. Een viertal medeonderzoekers deden het slechter dan het alfabet. Stof tot nadenken, lijkt me.

Olympische Spelen: Pech

De Olympische Spelen is voor mij de sportieve variant van ‘Te land, ter zee en in de lucht’. Beide tv-formats werken alleen als er zo af en toe iets grondig fout loopt. Gymnastiek vormt daarin een bijzonder dankbaar onderdeel. De balk afdonderen, de ongelijke legger missen, van de bok de jury invliegen: gymnastiek heeft het allemaal. Ook atletiek kan goeie televisie opleveren. Een verkeerd geslingerde kogel, een valpartij over een horde, een slecht geplaatste polsstok in de… polsstok: mocht atletiek een onderdeel van ‘Te land, ter zee en in de lucht’ zijn, het zou ‘Pret op de Piste’ heten. Gymnastiek wordt dan ‘Miserie op de Mat’ en dressuur dopen we om tot ‘Paniek op het Paard’.

Toekijken

Begrijp me niet verkeerd: ik geniet hier niet van een potje gemeen leedvermaak. Ik vind het oprecht jammer voor die atleten die jaren toewerken naar dat ene, massaal uitgezonden moment dat dan faliekant, maar definitief misloopt. Neen, het is mij te doen om de loutere spanning. Je weet dat het onheil gaat komen, maar niet wanneer. Je weet dat het erg gaat zijn, maar niet hoe erg. En je kan er absoluut niets aan doen. Je kan enkel toekijken. Kijken naar iets dat je niet wilt zien, maar je blijft wel kijken. Een beetje als vaststellen hoe je zelf steeds meer op je ouders begint te lijken: je kan er niets aan doen en je wilt het niet onder ogen zien, maar je ziet het hoe dan ook gebeuren. Oei, die was diep.

Deelnemen

Misschien kunnen de Spelen wel een les trekken uit ‘Te land, ter zee en in de lucht’ en een pechmedaille inlassen. Zo eentje van karton die kapot gaat als ze per ongeluk in de was sukkelt. Maar een medaille blijft een medaille. En wat is een medaille uiteindelijk meer dan een prima aanleiding om op je oude dag een spannend verhaal uit te doeken te doen aan de kleinkinderen? Die kleinkinderen gaan een pak meer interesse tonen als ze weten dat het verhaaltje slecht afloopt. Ik zie ze al doelbewust die ene schuif toelopen, ze opendoen, de kartonnen medaille (of wat ervan overblijft) eruit nemen, teruglopen naar de oma en smeken om het verhaaltje over het prinsesje en de ‘face plant’. Pas dan weet je dat deelnemen inderdaad belangrijker was dan winnen. Pas dan.

Goh, weer diep hè, ik sta zelf perplex!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s