Ze staat al klaar, ze staat op wacht,
Een nachtje doordoen, zoals verwacht.
Ze rijdt naar buiten, ze is tevree,
Lacht door de ruiten, ’t is voor tv.
Ze kent haar politici en kent ze goed,
Een zachte hand, een gespannen voet.
Ze kent haar journalisten en houdt ze te vriend,
Het voetvolk wilt indrukken, zij bedient.
Ze leunt naar voren en schreeuwt plots nood.
De druk op een journalist was nooit zo groot.
Ze hoort een vloek, er wordt gemeld:
De wetstraatpers zit zelf gekneld.
Ze stelt weer vragen, ’t zit in de genen.
No hard feelings, wel zere tenen.
Ze polst naar de toestand, doet dan weer voort,
Na de zware voet “één evenwiektiek akkoord”.